Ik zeg mijn contract vandaag op. Mijn contract met de regering. Wat voor hen een vervelende bijzaak is, is voor mij de kern. De kern van ons zijn hier op aarde. Dat we het elkaar – waar we dan ook wonen of vandaan komen – niet zo moeilijk maken. Dat we de aarde de goede richting op helpen. Dat we rekening houden met toekomstige generaties.

De geworden doelgroep ‘mensen (men-sen) zonder verblijfsvergunning’ mag geen stage lopen, omdat er iemand is die iedereen zonder verblijfsvergunning wil weren van het stukje grond dat we Nederland hebben genoemd. Daarom verzinnen we dat stage werk is en geen studie. Daarom blijkt iedereen dat ineens te vinden. Daarom draait mevrouw Marja en staat meneer Henk opnieuw boven de wet. En in lijn daarvan vindt meneer Gert zelfs Angola booming. Dat je jezelf afvraagt: wanneer vraagt hij zich eens af… ‘waar ben ik in godsnaam mee bezig!’

Hallo aarde… Joehoe! Mag ik alstublieft overstappen naar een regering die andere keuzes maakt? [..] Een opzegtermijn van ruim vierentwintig maanden zegt u? [..] Ah, ja. [..] Goed, prima. [..] Zeker. We nemen het niet! ‘Indignez-vous’

Bij het opruimen van de boekenkast gleed vanochtend een boekje uit mijn handen, getiteld ‘Ik kan het niet laten. Dagboekje voor jou.’ Ik was vergeten dat het bestond. Ik kreeg het boekje bij het verlaten van de basisschool op 10 juli 1992. Niet lang daarna verliet ik ook het geloof in God.

Het boekje viel open op een plek waar ik indertijd veel troost vond. De troost van toen heeft plaats gemaakt voor melancholie. En blijdschap. Koninklijke blijdschap: het besef hier te zijn.

mijn ziel heeft dat wonder

hoe wij met hemel en ogen

hevig teder en trouw

god ja

in onze nacht een hart en bloem zullen beschermen

 

kom man

houd mij dichtbij en kus me stom

ik jouw Julia jij mijn Romeo

nog toegewijd en hongerig

zo verliefd

 

dan langzaam worden we gek

tot ze ons geluk overnemen

als poëzie de liefde

schat, waarom lief zijn

wanneer verliezen meer liefkozing behoeft

 

als ik nu aan jou droom

denk je te zien

voel ik zacht de omarming van een engel

en doe je ons zoenend

teniet

U weet wel. Zo’n dag waarvan u denkt: ah gut, is dat nou nog echt nodig? Mijn soort van ex-schoonmoeder – maar dan net een beetje anders – zou zeggen dat niets menselijk haar vreemd is. En dat dit haar drijfveer is. Ze zou zeggen dat er nog genoeg is om voor te strijden, alleen en met elkaar. Ze zou zeggen dat ze mensen bewondert die dat doen. Of dat nu gaat over het opvangen van kwetsbaren, de haren van je buurman knippen, een oude mevrouw na een zwaar en moeilijk leven bijstaan, het uitdelen van brood en rozen of over het schrijven van een brief voor een gewetensgevangene aan de andere kant van de wereld. En laat dat nou net zijn wat ze doet. Ze zou over de schending van iemands rechten nooit zeggen ‘doe ff normaal’ of dat we de zaken niet zo moeten overdrijven. Ze vraagt zich wel af wat zij daar nou zozeer voor doet, maar dat noemen we bescheidenheid. Om acht uur staat ze er dagelijks bij stil. Dan hoort ze van de gevluchte moeder in Syrië hoe haar twaalfjarige zoon de keel door werd gesneden en hoe mannen en jongens worden omgebracht. Ook hoort ze hoe in Congo seksueel geweld als oorlogswapen wordt ingezet. En zij doet daar dan wat mee. Op haar manier. Net zoals u en ik. Zij, mijn soort van ex-schoonmoeder – maar dan net een beetje anders – is mijn held vandaag. En u kent ook vast de uwe. Ik ga haar bellen. En wel nu.

‘Although he lived in a capital city with nearly one million people in his proximity, it seemed he chose to have contact with people merely from a distance, in a non-physical reality. Or was it a choice?’ Kunstenares Mieke van de Voort schreef deze zinnen bij een foto die ze in 2007 maakte. Ruim een jaar geleden schreef ik een blog over haar. Enkele weken daarvoor had ze haar leven beëindigd. En die ochtend las ik in de krant over de levenseindekliniek waar Nederland klaar voor zou zijn.

Vandaag schrijft Hassan Bahara in zijn column voor NRC Handelsblad over de motie ‘stille problematiek’ die ik vorige week namens GroenLinks heb  ingediend. De motie is bedoeld om zicht te krijgen op mensen die in Groningen wonen en te maken hebben met ernstige eenzaamheid. Kunnen we het isolement waarin zij leven verkleinen? En ik wil graag weten waarom meer mensen in Groningen zelfmoord plegen dan in andere vergelijkbare steden. Is dit een significant verschil? En wat kunnen we doen aan preventie en binnen de hulpverlening? Twee beweringen in de column van Hassan Bahara zijn (uiteraard) niet de mijne. Ik ben niet van mening dat Groningers zwaarder op de hand, stugger of meer ingetogen zijn; zoals Driek van Wissen ooit eens zei. En ook geloof ik niet dat mijn jeugdherinnering symbool staat voor ‘een gesloten gemeenschap’ en dat in een dergelijke gemeenschap vaker suïcide wordt gepleegd.

Waar ik me wel zorgen over maak is de groep mensen die het de komende jaren alleen maar moeilijker gaat krijgen en waarvan het Trimbos in 2008 aangeeft dat zij vaker suïcide plegen: mensen met vaak geen betaalde baan, een laag inkomen en doorgaans wonend in een grote stad. Zij hebben vaker negatieve levensgebeurtenissen meegemaakt, zijn emotioneel instabieler, ervaren minder sociale steun dan anderen en hebben vaker in de periode eraan voorafgaand last gehad van stemmings-, alcohol- en angststoornissen. Onder meer de invoering van de eigen bijdrage voor psychische hulp creëert een drempel die ze er gewoonweg niet bij kunnen hebben.

Januari 2010 schreef ik dat het tijd is voor een zorgvuldig politiek en maatschappelijk debat over bijvoorbeeld hulp bij zelfdoding voor mensen met een voltooid leven, die lijden aan onomkeerbaar verlies van menselijke waardigheid. Het debat is gaande en voor mij is het van belang dat hulpverleners en organisaties weten wat ze moeten doen wanneer ze met mensen te maken krijgen die eenzaam zijn of aangeven na te denken over zelfmoord. Dat dit moeilijk is, je verlegen maakt of confronteert met je normen en waarden; kan ik me voorstellen, maar het moet geenszins een belemmering vormen de persoon die eenzaam is of aangeeft niet verder te willen leven te ondersteunen.

En wie weet: draagt onze motie bij aan het debat. Al word ik dan wel graag goed gequote ;-)

Las een de Groene terug met een tweegesprek tussen ’de Bloemendaalse dromer’ Beau van Erven Dorens en ‘de conservatief’ Jaffe Vink. Over de kloof tussen groendenkers en klimaatsceptici.

Van Erven Dorens: ‘Maar je hebt als samenleving toch ook een verantwoordelijkheid ten opzichte van de natuur. De balans die we vroeger uit onszelf zochten, moet ons sinds een paar eeuwen worden opgelegd. Dat is toch een intens tragisch besef. Het kapitalisme heeft de mensen in rücksichtslose beesten veranderd.’
Vink: ‘Wat een romantische flauwekul. Allemaal mythes die de Club van Rome ooit de wereld in heeft geholpen. Harmonie met de natuur is er nooit geweest. Er was hier geen oerbos en het was geen paradijs, het was een rommelzooi van lelijk geboomte en verder een troosteloos veenmoeras. Die milieuridders willen ook helemaal geen oerbos, die willen terug naar de natuur van Anton Pieck, een bos met paden en lanen, dikke beuken en een pijl naar het pannenkoekenhuis.’

En toen kwam ik dit filmpje tegen.

In Groningen wonen tientallen kinderen die meemaken wat Victoria Resajeva (14) ook dagelijks meemaakt. Niet als de rest zijn. Jezelf niet afvragen of je hier thuis hoort, want hier ben je thuis. Niet weten waarom jij wel moet wachten en je klasgenoot in het bankje naast je niet. Niet weten of de realiteit van hier mogen blijven, die je bij anderen soms aanschouwt, ooit de jouwe zal zijn.

Victoria vertelt dat het Kinderpardon haar laatste hoop is. Met het Kinderpardon wordt beoogd de uitvoering van het initiatiefwetsvoorstel van de Haagse fracties van de Partij van de Arbeid en ChristenUnie die voor kinderen als Victoria een verblijfsvergunning moet regelen. Om druk uit te oefenen en om van alle kanten de minister voor Immigratie, Integratie & Asiel te doordringen van het belang van het pardon worden door het hele land moties ingediend. Ook is er een petitie geïnitieerd die inmiddels door ruim honderdtwintigduizend mensen ondertekend (ter vergelijk: voor het indienen van een burgerinitiatief zijn veertigduizend handtekeningen nodig).

Vandaag heeft ook Groningen zich aangesloten bij de gemeenten waar de motie Kinderpardon inmiddels is aangenomen, want ‘we hebben lang genoeg gewacht’. Een kleine kiezel, maar tezamen met alle initiatieven een grindpad naar een structurele oplossing.

Over het nooit verliezen van de verbazing en de verwondering. ‘Bij alle desillusie moeten die overeind blijven. De verwondering is de belangrijkste missie.’

Wislawa Szymborska.

(..)

Het is zo gegaan dat ik hier ben en kijk.
Boven me fladdert een witte vlinder in de lucht
met vleugeltjes die alleen van hem zijn
en over mijn handen vliegt zijn schaduw,
geen andere, niet zomaar een, alleen de zijne.

Wanneer ik zoiets zie, verlaat me altijd de zekerheid
dat wat belangrijk is
belangrijker is dan wat onbelangrijk is.

Ik ben het kind van werkende ouders. In allebei vond ik verzorgers en beschermers. Mijn moeder heeft mijn vader in zware tijden beschermd en ze hebben mij altijd voorgehouden dat ik niet de stereotype jongen hoefde te zijn zoals mijn omgeving dat voor zich zag. En zoals Angela Crott (de Volkskrant, 27 januari) dat nog steeds voor zich ziet: ridderlijke jongens die (de seksualiteit van) het meisje beschermen en niet voor ‘slappe hap’ worden aangezien.

Waar ik in mijn jeugd ben geconfronteerd met de perverse effecten van de door Crott bestempelde mannelijke normen en waarden, overkomt dat vandaag de dag talloze andere jongeren. Jongeren waarvan Crott vindt dat de jongens vooral moeten leren om mannelijke leiders te zijn: stoer en in zware tijden rechte koers houdend. En de meisjes moeten vooral niet teveel economische onafhankelijkheid nastreven: het maakt de jongens alleen maar lui en laf. Al was het zo dat we het potentieel van mannen om te beschermen de nek om hebben gedraaid, dan zou ik daar met terugwerkende kracht blij mee zijn. Maar ik mag toch hopen dat we vooral gelijkwaardigheid, vrijheid en emancipatie na proberen te streven. Een samenleving waar we aanvullend op elkaar zijn, los van het geslacht van de ander.

In 2010 bleek Nederland van de elfde naar de zeventiende plaats te zijn gezakt op de wereldranglijst die gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen meet. Met de huidige (mannelijke?) koers van ons land kan ik een verbetering van die positie wel op mijn mannelijke buik schrijven. Maar ik vraag me af: zou Crott werkelijk blij zijn met de mannelijke leiders van dit moment? Leiders die in zware tijden bezuinigen op onderwijs, kinderopvang en zorg?

Ik kan er me nauwelijks iets bij voorstellen.

 

Link naar ’Vrouwen hebben mannen als beschermers nodig’

‘Dat de hele kinderzorgketen ouders benadert als potentiële kindermishandelaars is een bekende klacht. Daar kan die arme keten zelf niet zo vreselijk veel aan doen. Ze moet. Omdat wij het willen.’ Aldus Sheila Sitalsing vanochtend in haar column in de Volkskrant. We slaan een alarm bij alles wat afwijkt van de norm. Ingrijpende veranderingen zijn noodzakelijk. Met een grote stem voor iedereen die direct met kinderzorg te maken heeft.

Veel hulpverleners binnen deze zorg maken een verschil. Een verschil dat zich niet uit in de dijk aan rapportages, het jargon en de vele verantwoordingen. Maar een verschil dat zich uit in het contact met de persoon die tegenover hem of haar zit. Niet omdat het moet, maar omdat het belangrijk is: omdat het ertoe doet.

Het zou in de grootste plaats moeten gaan over die ruimte. De verandering begint namelijk niet bij de keten, de rapportages of de verantwoording. Maar de verandering ligt verscholen in het contact tussen hulpverlener en cliënt.

In ons.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 480 other followers