Het hart van de democratie klopt in het besef dat de meerderheid bij besluiten zoveel mogelijk ruimte laat aan minderheden en hun opvattingen en gedragingen. Ik hou van deze zin. De meerderheid die beslist is slechts procedureel van aard: nodig om tot besluitvorming te komen. Maar dat wat ons maakt is de ruimte die we de ander weten te geven.

Ik werd gebeld door een journalist, nadat ik op Twitter schreef dat er op 15 november bij de Sinterklaasintocht in Groningen en Drenthe véél boven Groningen gaat. Niet alleen peinzen burgemeester en wethouders in deze provincies er niet over om zich te mengen in de taken van comités voor volksvermaak; de voorzitter stelt ook nog ‘s dat de Pieten ‘roetzwart’ worden: ‘zo zwart is niemand, daardoor is het duidelijker dat het niet om discriminatie gaat.’

Ik las ergens dat het vooral blanke, heteroseksuele mannen zijn die zich in een bevoorrechte positie bevinden; die het debat over het Sinterklaasfeest weten te onderbreken met de boodschap dat er geen vuiltje aan de lucht is en dat iedereen zich ongelofelijk aanstelt. Hoe het is om op grond van geslacht, seksuele voorkeur, huidskleur of religie te worden weggezet of door een stel pubers te worden uitgelachen in de supermarkt? Ze kennen de ervaring waarschijnlijk niet en zijn slecht geïnformeerd over sociale ongelijkheid.

Op de een of andere manier lijken in het hart van de democratie af en toe ‘monsters’ rond te lopen: de redelijkheid lijkt verdwenen, en het gaat niet over het met elkaar zoeken naar oplossingen. Ook al stelde onze rechtsstaat onlangs in een uitspraak vast dat direct betrokkenen in steden en gemeenten juist met elkaar in gesprek moeten gaan. Ze moeten ‘het mogelijk te maken om een mooi en leuk kinderfeest te vieren waar iedereen van kan genieten en waarbij niemand, óók niet onbedoeld, zich gekwetst hoeft te voelen’, schreef de rechtbank van Amsterdam. Dat lijkt me een uitspraak waar burgemeesters, wethouders en comités ook in Groningen en Drenthe over zouden moeten nadenken. Ook al vinden ze zelf dat het nergens over gaat: voor een klein deel van de bevolking is dat wél het geval.

En daar, in dat gesprek, klopt het hart.

‘Sta ik weer,’ dacht ik vrijdagavond. Met een biertje in de hand, bij Brug 34 aan de Utrechtsestraat. Het was nadat 5000 ROEBEL tweemaal wel heel succesvol werd vertoond: woensdagavond een volle Nieuwmarkt en donderdag een uitverkochte De Balie. Applaus was er voor allen in de film en de reacties variërend van ‘indrukwekkend’, ‘ik werd zo verliefd op dat blonde meisje: wat een kracht!’ tot ‘make sure you go and check it when you can’. Alisa, Janna, Olga en al die anderen in mijn film weten anderen zo te raken in de kracht die ze tonen, de eigenheid en gedurfde kwetsbaarheid. Waanzinnig, vind ik dat. Luister naar ze: niet voor niets het thema van de Amsterdam Gay Pride dit jaar.

Maar dat biertje in de hand, daar zo aan de gracht, verbeelde voor mij op dat moment zo de ongelijkheid die er is. Tussen wat de één wel kan en de ander niet kan. Een week Gay Pride brengt je ook al die verhalen. De vrijheid die we hebben. Ik kan laten zien en laten luisteren, hou ik me voor. En daarom ben ik deze week bij de Amsterdam Gay Pride en daarom sta ik vanmiddag in roze panties op een boot tijdens de Canal Parade. Om de vrijheid die we hebben. Wij allemaal.

Vertoning 5000 ROEBEL, Nieuwmarkt, 30 juli 2014

Vertoning 5000 ROEBEL, Nieuwmarkt, 30 juli 2014

.. because you and I are the same. The same same as we are different. We shouldn’t worry about where our children will be born, whether they will return safely home or have a peaceful night rest. We should make it happen that children will be able to achieve happiness. Regardless of where they grow up. That’s our duty. Our responsibility. Embrace it, in stead of anything else. Because, we cán make it safe for them when they cross a border. Up in the air, on the ground or in a heart.

Please sign.

Kris van der Veen (33) is maatschappelijk werker en raadslid voor GroenLinks in Groningen. Vorig jaar juli filmde hij in de Russische havenstad Moermansk homoseksuele jongeren. Totdat hij werd aangehouden. „Ik wil een verschil maken.”

Tekst Wubby Luyendijk, foto Andreas Terlaak.

NRC WEEKEND, 10 en 11 mei 2014

Kampeerboerderij
„We zaten in een kampeerboerderij op een jeugdkamp over mensenrechten vlakbij Moermansk, zusterstad van Groningen. Ik had net verteld over homorechten in Nederland toen agenten van de Russische veiligheidsdienst FSB op me af stampten. Ze namen ons  mee naar een slaapkamer apart verblijf. ‘Je papieren’, commandeerden ze. Het hart klopte in mijn keel.  Ik dacht: dit wordt moeilijk. President Poetin had net de anti-homopropagandawet ondertekend. Russische jongeren die uit de kast waren, hadden we gefilmd in hun huiskamer. Maar buiten prikten overal ogen in onze rug, filmen op straat kon niet. „Ben jij homoseksueel”, vroegen de agenten. Ik dacht: dimmen Kris, respectvol blijven. Maar inwendig kookte ik.  Wilden ze me vasthouden omdat ik homo was? Laten ze liever hun eigen burgers beschermen. Een meisje had me verteld hoe ze op het strand van Moermansk door een woedende meute in elkaar was getimmerd nadat iemand had geroepen ‘hé jij, lesbo’.  Een onbekende jongen had haar bevrijd. Hij zei: zij is niet lesbisch, zij hoort bij mij. Het verhoor duurde acht uur. De toon, de hoon, een hoed die ik moest op- en afzetten. Ik voelde me compleet verloren. Ik had een verkeerd visum, zeiden ze. En het meisje van het strand was mogelijk zeventien, niet achttien zoals we dachten.  Ik had haar verteld over mijn coming out. Dat was volgens de Russen homopropaganda.”
Gedichtje
„Ik kom uit een arbeidersgezin. Mijn vader was lasser op de scheepswerf. Ik was de eerste in de familie die naar de havo ging, atheneum vonden mijn ouders niet nodig. Op mijn twaalfde wist ik dat ik homo was. Ik had er een gedichtje over gemaakt  ‘Ik ben wie ik ben, zegt altijd mijn mem’, begon het. Het lag op mijn bureau. Mijn moeder vond het toen ze mijn kamer schoonmaakte. ’s Middags uit school wilde ze met mij praten. Ze zei: ik heb ook wel eens gevoelens voor een meisje gehad maar bij mij ging dat over. Ik huilen, ik wist: dat gebeurt nooit bij mij. Toen ik ’s avonds met een kop als een boei aan tafel schoof, begon niemand erover. Het was klaar, over, weg.”
Bomberjacks
„We woonden in Harkema, Friesland. Een dorp van rauwdouwers, messentrekkers en bomberjacks: mannen zijn er stoere bikkels van staal. Dat paste mij niet. Ik liep er onzeker rond. Ik was een jongetje dat alleen op het schoolplein stond. In de klas plaste ik soms in mijn broek. Dan moest je de gang op, een schone badstof onderbroek pakken en je daar omkleden. Ik werd een mikpunt. Geschopt en uitgescholden, getrapt en uitgelachen. Eerst op de basisschool, later op de middelbare school. ‘Flikker, meisje, nicht, Kristina.’ Ook gym was een beproeving. Ik probeerde mannelijk over te komen, maar liep er alleen maar raarder van. Totdat ik zestien was en vier gabbers me tijdens het hardlopen weer uitscholden. Ik ben de gymzaal uitgerend en heb me in de wc opgesloten. Ik dacht: ik spring voor de trein. Maar ik wist direct dat ik dat niet durfde. Een week eerder had ik een afscheidsbrief geschreven en paracetamol geslikt, te weinig om aan dood te gaan.  Ik ben naar de decaan gegaan en heb gezegd: ik wil nooit meer naar gym en o ja ik ben homo. De decaan, een fantastisch wijf, lichtte de gymdocent en de mentor in. Ze stuurden me naar het COC in Leeuwarden. En het was mijn oma die me vanaf het begin volledig in mijn coming out heeft gesteund.”
Thijs
„Zelf kon ik pas met mijn ouders over mijn homoseksualiteit praten na het verlies van Thijs, mijn eerste grote liefde. Ik kwam hem tegen toen ik net twee weken in Groningen studeerde. Hij had een hersentumor gehad, de artsen hadden hem genezen verklaard. Urenlang konden we dansen, praten, lachen, vrijen. We zouden gaan samenwonen. Maar na vier maanden was de tumor terug. Hij heeft nog tweeënhalve maand geleefd. Samen met zijn moeder heb ik hem de laatste weken verzorgd en, heel intiem, ook afgelegd. Daarna ben ik in een hospice vrijwilligerswerk gaan doen, ook in het kader van mijn studie maatschappelijk werk. Ik moest en zou mijn verlieservaring zin geven. De dood van Thijs,  maar ook het verlies aan eigenwaarde door het pesten. Thijs had me geholpen mijn zelfvertrouwen te herwinnen. Het is heerlijk als iemand je voortdurend ophemelt en zich tegen je aandrukt.  De hele tijd denk je: fijn ik mag er zijn van jou. Jij ziet mij.”
Sodomieten
„De Russische FSB heeft het verhoor met mij gefilmd. Fragmenten daarvan zijn uitgezonden op de Russische staatstelevisie, in de talkshow Special Correspondent. Samen met in beslaggenomen beelden van jongeren, erg kut. Eén jongen heeft er nog ruzie over gehad met zijn ouders. Er wordt gesuggereerd dat we een pornofilm aan het maken zijn. Verteld wordt dat Europese homoactivisten Rusland proberen te „vergiftigen”. Met een speciale rol voor twee Groningse „sodomieten”: Peter Rehwinkel, de „eerste burgemeester die met een man is getrouwd” en raadslid Kris van der Veen. En dan zie je een zwartwitfoto van mij, de ogen zijn rood gemaakt. Alsof ik een duiveltje ben. Ik werd anti-homopropaganda, godbetert.”
New York Times
„De dag na het verhoor moesten we ons melden bij de rechter. De stoep stond vol journalisten en cameraploegen opgetrommeld door Russische mensenrechtenorganisaties. Zelfs de New York Times belde. Mogelijk voelde de rechter zich geïntimideerd, want we konden gaan. We kregen een boete en een inreisverbod. In Sint Petersburg stond een auto van het consulaat klaar. ‘Diplomatiek onschendbaar’ stond erop. Ik stapte in en dacht: zo voelt vrijheid dus. De dreiging was weg. Je hoeft niet meer bang te zijn dat je wordt opgepakt. Je bent weer van jezelf. Tegelijkertijd wist ik ook: die documentaire die moet er komen. Ik kan weg, mijn nieuwe vrienden moeten blijven. In grote steden in Rusland kun je als homoseksueel je leven leiden, daar is een voorhoede, maar op het platteland en in het leger niet. Dat verdriet, die eenzaamheid raakt me diep. ”
GroenLinks
,,Ik zit in de gemeenteraad voor GroenLinks omdat ik een verschil wil maken. Voor kwetsbaren, jongeren, uitgeprocedeerden, vluchtelingen – de rafelrand. Gemeentepolitiek is daar een middel voor al vraag ik me af of dit systeem van volksvertegenwoordiging over tien, twintig jaar nog werkt. Veel is saai, soms blokkeren politici compromissen met hun ijdelheid en heel veel gaat frustrerend traag. Drie jaar duurde het voordat we jongerenclubs in één leegstaand gebouw konden onderbrengen, drie jaar! Laat mij liever mensen portretteren waaraan anderen zich kunnen optrekken. Zie ze, kijk naar ze, ken ze, doe iets!”
Slappe brief
„Groningen en Moermansk blijven zustersteden. Dat vind ik goed, want het is een middel om de mensenrechten te verbeteren. Wel hoop ik dat ons stadsbestuur nog met Moermansk in gesprek gaat en het incident veroordeelt. En dat wij de clubs die zich daar inzetten voor homoseksuelen en transgenders blijven ondersteunen. Dat had burgemeester Peter Rehwinkel beloofd. Op dit moment ligt er echter een slappe brief. Daarin staat dat de 25-jarige vriendschapsband ‘niet verder op het spel mag worden gezet.’”
Harvey Milk
„Ik ben een activist. Er moet iets gebeuren. Ik wil niet alleen maar in werkgroepjes zitten. Maar het activisme lijkt een beetje dood. Ik werk in de vrouwenopvang en bij het steunpunt huiselijk geweld. Als we op straat gaan demonsteren, gaan tien van de 170 collega’s mee. Dolgraag had ik in de jaren zeventig geleefd. Zag je de film over Harvey Milk? Hij was de eerste politicus in Californië die uitkwam voor zijn homoseksualiteit. Of Rosa Parks, ze weigerde in de bus haar zitplaats af te staan aan een blanke medepassagier. Zij werden iconen van de burgerrechtenweging. Hun gebaar had wereldwijd impact. Daar ontlenen zoveel mensen inspiratie aan, daar krijg ik kippenvel van.”
De documentaire 5000 Roebel gaat op 17 mei in Groningen in première. Meer informatie op http://www.5000roebel.com.

PDF-link: NRC WEEKEND, 10 en 11 mei 2014.

 

Leegstaande panden en braakliggende grond zijn een bijproduct van de economisch crisis van de laatste jaren, maar ze bieden ook volop kansen en mogelijkheden. GroenLinks propageert daarom ook al enkele jaren dat je op deze plekken dromen kan realiseren. Neem drie jaar geleden het initiatief EEN PLEK VOOR JONGEREN dat ik samen met een grote groep jongerenorganisaties indiende. Maar denk ook grote hallen waar een vrijhaven kan ontstaan voor festivalgangers, kunstenaars en ontwikkelaars. De tijd is nu!

VAN KUNSTENAARS TOT FESTIVALGANGERS
In andere steden zie je al enkele jaren hoe leegstaande bedrijfsgebouwen zich ontwikkelen tot creatieve plekken met kunst, cultuur en de mogelijkheid tot het organiseren van festivals en dance-events. Neem bijvoorbeeld de NDSM werf: vrijhaven in Amsterdam. Eens de grootste scheepswerf van Europa tot een faillissement de werf in 1984 stillegde. Enkele jaren geleden sloeg een groep Amsterdammers de handen ineen en sindsdien wordt er weer gebouwd. Met resultaat! Inmiddels weten kunstenaars, ontwikkelaars, uitvinders, toeristen, architecten en festivalgangers de weg naar de werf te vinden en er iets waanzinnigs van te maken.
GRONINGEN: NO TIME TO LOOSE
SuikerunieIn Groningen mag er wat dat betreft wel een flinke schep bovenop. En de gemeente moet daarin een actieve houding aannemen. Door bijvoorbeeld samen met belangstellende ondernemers en inwoners van de stad op zoek gaat naar de mogelijkheden voor het verwezenlijken van een dergelijke plek. Laat fabriekshallen niet leegstaan, maar geef ze vrij. In antwoord op mijn vragen hierover, zeggen burgemeester en wethouders dat ze het helemaal met GroenLinks eens zijn: het creatieve gebruik van leegstaande panden is van toegevoegde waarde. Er worden daarom ook gesprekken gevoerd met veel culturele ondernemers. ‘Maar niet alle leegstaande panden zijn van de gemeente’, aldus B&W. ‘En om zo’n pand geschikt te maken voor grote aantallen bezoekers moet er geïnvesteerd worden in brandveiligheid en geluidsisolatie. En bij tijdelijk gebruik zijn deze kosten een knelpunt.’
Allemaal mitsen en maren die er wat ons betreft vooral toe uitnodigen om bijvoorbeeld de gemeentelijke wet- en regelgeving nog maar eens goed tegen het licht te houden. En te investeren!
VERANDERING VOOR VERNIEUWING
Aanbieden van het initiatiefvoorstel aan burgemeester RehwinkelEn dan gisteren: drie jaar na presenteren van het plan EEN PLEK VOOR JONGEREN (zie foto), werd dan eindelijk de intentie ondertekend dat WE van BackBone050 een succes gaan maken. In een oude school aan de Travertijnstraat in Groningen wordt dan ook al volop gebouwd: de afgelopen maanden vonden tientallen jongerenclubs- en initiatieven al de weg naar de school. Dus… het wérkt! De stad laat zien dat het kan. Dat gemeentelijke dromen er dan toch uiteindelijk nog drie dikke jaren over doen om gerealiseerd te worden is treurig. Dat MOET veranderen.
Maak het makkelijker, geef ruim baan aan deze initiatieven en durf los te laten en daarin te investeren. Ik blijf het op de voet volgen! Hou me op de hoogte van jouw strubbelingen, ervaringen en de kansen die jij voor ogen ziet!

Dagblad van het Noorden, 12 april 2014De Russische veiligheidsdienst beschuldigde hem van homopropaganda. Kris van der Veen was vorige zomer in Moermansk om een documentaire te maken over homoseksuele Russische jongeren. Hij werd zelf groot nieuws. ,,De droom van elke activist, zei iemand later tegen me.”

Flikker. Meisje. Nicht. Kristina.

Door: Maaike Borst

De agent van de Russische veiligheidsdienst staat op twintig centimeter van zijn neus. Hij heeft een hoed in zijn hand. ,,Zal ik hem op je hoofd zetten?”, vraagt de agent bijna flirterig. ,,En dan een foto maken? Dat vind je toch zo leuk: foto’s.”

Het is Moermansk, juli 2013. Gronings raadslid Kris van der Veen is in de stad om een documentaire te maken over jongeren met een seksuele geaardheid die moeilijk past binnen de Russische norm. De veiligheidsdienst verdenkt hem van homopropaganda. Met vijftien man sterk kwamen de agenten aanrennen. Nu zit de Nederlandse delegatie in een kamertje voor verhoor.

,,Jij bent de enige homoseksueel hier?”, vragen de agenten aan Van der Veen. Een van de twee lesbische meisjes uit de delegatie kijkt hem angstig aan. Laat ze alsjeblieft in die waan, smeken haar ogen.

,,Ja”, zegt Van der Veen. ,,Ik ben de enige.” The only gay.

Bijna schiet hij in de lach. Hij heeft even het gevoel dat hij in de absurde Britse comedyserie Little Britain is beland. Voor zijn ogen verschijnt het beeld van de in obsceen leer gehulde homo in het dorpscafé die constant zegt: ,,I’m the only gay in the village.” De enige homo in het dorp.

De situatie is te dreigend om te lachen, en hij hoort het lesbische meisje dat hij interviewde weer vertellen hoe ze zomaar door omstanders in elkaar werd geslagen. Dan zijn jullie met zijn vijftienen nergens, denkt hij. De woede groeit, maar hij blijft braaf knikken en ‘ja’ zeggen. De gevangenissen schijnen hier niet zo prettig te zijn.

HARKEMA

Van der Veen weet hoe dat meisje zich voelt. Van zijn achtste tot zijn achttiende werd hij gepest. Flikker. Meisje. Nicht. Kristina. ,,Ze moesten me altijd hebben. De jongens op straat met hun puchjes. Waar ik ook fietste, ik was het mikpunt.”

Natuurlijk was hij niet de enige homoseksueel in het Friese Harkema. In het dorp wonen ongeveer vierduizend mensen. Maar de jongen met het meisjesstemmetje en het rare loopje viel op. Hij was anders. Zat niet op voetbal, droeg geen Nikes, had niet de goeie fiets. Wel had hij een natuurclubje waarin hij drie kinderen uit de wijk vertelde hoe beroerd het was gesteld met de panda.

,,Harkema was een hele harde omgeving. Rauwdouwers. Als ik vertel waar ik vandaan kom zeggen mensen: o, Harkema, messentrekkers. Op mijn tiende kwam de buurman bij ons schuilen. Zijn broer zat hem achterna met een bijl. Bizar.”

De vader van Van der Veen zag laatst een donkere man in Harkema uit de bus stappen. Dit is moeilijke omgeving voor jou, dacht hij. Later zei hij tegen zijn zoon: jij hebt gemaakt dat ik daar bij stilsta. Zonder jou had ik niet geweten hoe lastig het kan zijn in zo’n dorp.

Waarom voel jij, Gronings raadslid uit Friesland, de noodzaak om een documentaire te maken over Rusland?

,,Ik denk dat ik gewoon iets wil doen of zo.”

Zo simpel is het niet.

,,Ik denk dat ik door al dat pesten iets wil goedmaken”, vervolgt hij. Voor zichzelf. Voor anderen. ,,Er is altijd ergens wel een kind dat alleen op een slaapkamer zit en zich kut voelt. Dat is mijn drijfveer. Voor alles eigenlijk.”

Van der Veen (33) is voorzitter van het COC in Groningen, zit in de gemeenteraad voor GroenLinks, werkt in de vrouwenopvang, geeft les over huiselijk geweld en heeft de documentaire over jongeren in Moermansk bijna klaar.

Bijna elke stap die hij zet lijkt bedoeld om de positie van onderdrukten te verbeteren. Of het nu mishandelde vrouwen, uitgeprocedeerde asielzoekers, kansloze jongeren of homoseksuelen in Rusland zijn.

Kun je je voorstellen dat je ooit iets anders zou doen?

,,Ik zou niet weten wat. Een bed & breakfast in Spanje lijkt me ook heel leuk hoor, maar ik vrees dat ik dan toch geagiteerd raak en denk: we moeten wat doen!”

PARACETAMOL

De eerste keer dat Van der Veen in actie kwam – behalve voor die panda dan – was op zijn zestiende. Een stel gabbers, ‘echt eikels’, schold hem tijdens gym bij het hardlopen uit. Elk rondje weer. Niemand deed iets. Dat was misschien nog wel erger.

Het was de druppel. Op de wc dacht hij: ik spring voor de trein. Daarna dacht hij: dat durf ik natuurlijk niet. Een paar weken daarvoor had hij al een afscheidsbrief geschreven een strip paracetamol geslikt. ,,Maar daar ga je natuurlijk niet dood aan.”

Hij stapte naar de decaan en zei: ,,Ik ga nooit meer naar gym.” Voor het eerst kwam het hele verhaal eruit. De decaan stuurde hem naar het COC in Leeuwarden. Daarna vertelde hij aan zijn moeder dat hij homo was en naar een praatgroep van het COC wilde. ,,Dat vond ze eng. Helemaal naar Leeuwarden. Daar kwamen we eigenlijk nooit.”

In Harkema word je regelmatig in elkaar geslagen en dan is Leeuwarden ‘eng’?

,,Mijn moeder wist toen nog niets van het pesten. De buren van mijn oma zeiden laatst: ‘Dat wisten wij wel, dat Kris zo gepest werd.’ In Harkema wist iedereen alles van elkaar. Niemand heeft ooit iets gezegd. Misschien omdat ze bang waren dat ze dan ook hadden moeten zeggen: jullie kleinzoon is homo.”

Hij vertelde het toen nog niet aan zijn vader. Die was net overspannen. Zijn moeder was bang hoe de omgeving zou reageren. Later zei zijn vader dat hij het er wel eens met zijn zus over gehad. Aan Kris kleeft geen vrouwenvlees, zeiden ze tegen elkaar.

,,Dat klinkt heel vies hè”, lacht Van der Veen. ,,In het Fries klinkt het beter geloof ik.”

NEW YORK TIMES

Het verhaal van zijn coming-out vertelde Van der Veen in Moermansk aan een jong Russisch meisje dat hij interviewde voor de documentaire. Homopropaganda, meent de veiligheidsdienst. Het meisje zou jonger dan 18 zijn.

Na acht uur verhoor moet de Nederlandse delegatie de volgende dag voor de rechter komen. ,,De rechtbank was een blok met twee deuren, een rij ramen en witte, afgebladderde muren. Alles is daar Sovjet. Treurig. Maar de veiligheidsdienst kwam in mega-grote Mercedessen.”

De Russen hadden zelf de media ingelicht. De rechtsbank stond vol cameraploegen. Activisten van Russische mensenrechtenorganisaties waren een brief aan het schrijven aan Mark Rutte. Van der Veen verbelde 1700 euro. Een activiste gaf hem een telefoon: ‘New York Times!’, zei ze.

De aandacht op de mensenrechtensituatie in Rusland was gevestigd, meer dan zijn documentaire ooit zou kunnen doen. ,,De droom van elke activist, zei iemand later tegen me.”

Was het overdreven?

,,Het is erg uitvergroot. In de media is het meteen: ‘Nederlanders gearresteerd’. Maar we zijn verhoord en we moesten voor de rechter komen. We zijn niet gearresteerd. Aan de andere kant: dat hebben ze natuurlijk wel uit alle macht geprobeerd. En die media-aandacht heeft er denk ik wel voor heeft gezorgd dat de rechtbank de zaak uiteindelijk niet in behandeling heeft genomen.”

De Nederlandse delegatie vertrok zo snel mogelijk. ,,De jongen die ons wegbracht riep nog door de slurf van het vliegtuig: vergeet ze niet hè Kris, vergeet ze niet. Heel dramatisch. Ik was een wrak op dat moment. Het overviel me. Ik had een aparte status waardoor ik weg kon. Zij bleven. Ik dacht aan wat Olga, een meisje die ik daar had ontmoet, had gezegd. Dat ze die jongeren uit de plattelandsgebieden in Rusland het liefst wilde teleporteren en veilig onder een glazen stolp stoppen. Dat wil ik ook.”

Voelt zo’n documentaire dan als iets veel te kleins?

,,Dat was de bedoeling. Kleine verhalen die wel heel universeel zijn. We hebben bewust niet die beelden gebruikt van de beul die homo’s in elkaar trimt. Die jongens urine laat slikken en hun haar afknipt. Als je dat ziet denk je: is dat Rusland? Maar dat is niet het Rusland dat ik heb leren kennen. Homoseksualiteit is niet verboden. Je wordt niet contant in elkaar getrimd. Maar het is wel moeilijk om gewoon samen te wonen, jezelf te zijn, kinderen te krijgen, actie te voeren.”

ANDERS

Op zijn achttiende, net verhuisd naar Groningen, ontmoette Van der Veen een jongen waarmee hij dat wilde: samenleven. Het mocht niet zo zijn. Zijn eerste liefde kreeg een hersentumor en overleed. Van der Veen zat aan zijn sterfbed. Haalde een washandje over zijn voorhoofd, legde zijn arm anders.

Na Thijs’ dood meldde hij zich als vrijwilligers bij een hospice. ,,Wat ga jij hier halen?”, vroeg de begeleider hem. ,,Ik heb een klote-ervaring gehad en daar wil ik wat mee”, zei Van der Veen.

Daarna werd alles anders. Hij wilde dat Thijs zijn dood zin had. Zijn ouders gingen praten over gevoelens. Iedereen wist nu dat Van der Veen homo was, maar niemand had commentaar. ,,Ze zeiden heus niet: o, zijn grote liefde is ziek geworden, maar het is wel kut dat hij homo is.”

Voel je je nog steeds anders?

,,Het ligt er aan waar ik ben. In Rusland voelde ik me weer een enorme minderheid. Hier in de stad ben ik me nauwelijks meer bewust van het feit dat ik homo ben. Als ik nu in Harkema zou lopen, door die hele lange Warmoltsstrjitte, zou ik me wel ongemakkelijk gaan voelen.”

//

5000 Roebel
De documentaire 5000 Roebel, vernoemd naar de boete die in Rusland kan worden opgelegd voor zoenen met iemand van je eigen geslacht, gaat op 17 mei in Groningen in première. Meer informatie is te vinden op 5000roebel.com.

Dagblad van het Noorden & Leeuwarder Courant, WKND 14/15 april 2014 | 1 Dagblad van het Noorden & Leeuwarder Courant, WKND 14:15 april 2014 | 2

 

Uit: Dagblad Trouw, zaterdag 15 februari 2014. Rubriek: ‘Ik heb een droom’. Tekst: Bas Maliepaard Foto: Jörgen Caris.

‘Een vriend, twee honden en een witte villa’

“Door de Winterspelen moet ik vaak denken aan mijn verblijf in Rusland, in de zomer vorig jaar. Ik was daar om een documentaire te maken over de homo-emancipatie. In Moermansk werd ik als een crimineel opgepakt en acht uur lang ondervraagd, omdat we werden verdacht van homopropaganda. We zijn er met een boete en een inreisverbod vanaf gekomen, maar het was heel beangstigend.
De Russische homojongeren die ik interviewde, dromen van een beter leven, waarin ze zichzelf kunnen zijn. Dat deed ik als kind ook, dagdromen was mijn overlevingstactiek. Vanaf mijn achtste werd ik gepest, omdat ik anders was dan andere jongens op school. Ik had een hoge stem en liep in hun ogen raar, vrouwelijk. Ze schopten me en scholden me uit voor flikker en meisje.
door Jörgen Caris
’s Avonds in bed zag ik vreselijk op tegen de volgende schooldag en dwong ik mezelf om aan iets fijns te denken. Vaak ging het fantaseren over in echt dromen. Eén droom weet ik nog: ik zat in een groot pand achter een bureau te werken, met een mok koffie voor me en uitzicht op een drukke straat. Ik voelde me geaccepteerd en wist dat ik veel vrienden had. Het was een droom over een volwassen leven in de grote stad. Voor mij, als Friese dorpsjongen, was dat het beloofde land, waar ik mezelf zou kunnen zijn.
Op mijn twaalfde schreef ik op een briefje aan mezelf dat ik homo was. Mijn moeder vond het en zei tegen me dat het misschien nog wel zou veranderen. Daarna hebben we het er jaren niet meer over gehad.
Na die tijd dagdroomde ik vaak dat ik later samen met een vriend en twee honden in een grote, witte villa zou wonen, met coniferen langs de oprit. Dat fantasiebeeld werd voor mij zo’n werkelijkheid dat ik er niets meer aan kon veranderen. Zelfs niet toen ik een keer dacht: het is eigenlijk niet zo’n handig huis, waarom heb ik het zo gebouwd?
Ik was achttien toen ik naar Groningen verhuisde en mijn eerste grote liefde ontmoette. Maar het liep anders dan ik me had voorgesteld: hij kreeg een hersentumor en was na een half jaar dood. Opnieuw een hele traumatische ervaring. Pas na die gebeurtenis heb ik mijn moeder verteld hoe erg ik vroeger gepest werd. Ze schrok ervan, was verdrietig en het speet haar dat ze nooit iets heeft gemerkt. Dat was heel belangrijk voor me.
In de jaren daarna ben ik langzaam hersteld en eigenlijk pas echt de Kris geworden die ik nu ben. Het gaat nu goed met me. Ik heb ontzettend veel leuke en lieve mensen leren kennen. De ervaringen uit mijn verleden heb ik omgezet in iets positiefs: ik probeer mensen te helpen die worden uitgesloten omdat ze anders zijn. Nog steeds droom ik over een beter leven, niet voor mezelf, maar voor anderen.”
[KADER]
Kris van der Veen (33) is projectleider bij Stichting Het Kopland (o.a. Steunpunt Huiselijk Geweld en Vrouwenopvang), gemeenteraadslid van GroenLinks in Groningen en voorzitter COC Groningen & Drenthe. Zijn documentaire ‘5000 Roebel’ verschijnt in het voorjaar.

Trouw, 15 februari 2014

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 1.587 andere volgers