Archief

Things We Love

Over het nooit verliezen van de verbazing en de verwondering. ‘Bij alle desillusie moeten die overeind blijven. De verwondering is de belangrijkste missie.’

Wislawa Szymborska.

(..)

Het is zo gegaan dat ik hier ben en kijk.
Boven me fladdert een witte vlinder in de lucht
met vleugeltjes die alleen van hem zijn
en over mijn handen vliegt zijn schaduw,
geen andere, niet zomaar een, alleen de zijne.

Wanneer ik zoiets zie, verlaat me altijd de zekerheid
dat wat belangrijk is
belangrijker is dan wat onbelangrijk is.

Ik was een dagje in Utrecht. Ergens op een hoek dronk ik koffie en las er de krant. ‘Dat liefdes eindigen wil niet zeggen dat ze zijn mislukt,’ stond er geschreven. Na een tijdje alleen aan dat tafeltje vroeg een mevrouw of ze mocht aanschuiven. Ze bestelde peer- met appeltaart. Ik een cheesecake. Met aardbeien. ‘Ben je student?’ vroeg ze na een tijdje. Ik vertelde haar over de bijeenkomst waar ik was geweest die ging over zorg, WMO en AWBZ. Tante Riet, zoals ze zich voorstelde, vertelde me over haar overleden man, drie kinderen en vijf kleinkinderen. En ‘die aardige mevrouw’ met wie ze sinds kort uitstapjes maakt en tegenover haar woont in een verzorgingshuis waar ‘de huur 3000 Euro per maand is. Een heel luxe verzorgingshuis met alles erop en eraan. Ongelofelijk, nietwaar? Dat is slechts 1% van ons gegund. Het rare vind ik dat iemand die daar woont bijna een volledige vergoeding krijgt voor gehandicaptenvervoer en dat ik vanaf dit jaar twee derde meer moet betalen. Dat komt omdat ik beter te been ben. Maar ik kan dat veel minder goed zelf betalen dan mijn overbuurvrouw. Ik moet zeggen dat ik dat geen stijl vind,’ aldus tante Riet.

Of ik haar telefoonnummer wilde zodat we het nog ‘s konden hebben over GroenLinks en Henk – ‘wat een akelige meneer, vind ik dat’ – Kamp. Ik ga haar bellen.

Later vond ik in een boekhandel nog een mooie Ingmar Heytze. Voor de nacht. Welterusten.

‘Echte liefde’ heet het theaterstuk van scholieren van het Alfa-college te Groningen dat gisteren haar première beleefde. Maar wat is écht en wat is de kracht van het stuk, vraag ik me af bij het zien van een teaser voor Gegoten Lood. ‘De wereld kantelt. We leven in een aardverschuiving. Dankzij social media lijkt de wereld één groot, krachtig netwerk. Samen sturen we dictators naar huis, verbreken we onderdrukking en herscheppen we de wereld. Tenminste… zo lijkt het. Met Gegoten Lood wordt op zoek gegaan naar wat nog werkelijkheid is. Wat wordt ons als werkelijkheid gepresenteerd? Welke invloed hebben de media op ons realiteitsbesef? Welke waarden bepalen nog ons handelen? Wat kunnen jij en ik aan?’

‘Echte liefde’ kan de reacties aan die en dat zij oproept. De vraag is misschien of ze enig denken en handelen bepaalt en daarmee de wereld die ‘school’ heet herschept. Samen zorgen we ervoor dat diversiteit op scholen doorklank kan vinden en ook al is dat onzichtbaar… we voelen dat er een stap wordt gezet. Een stap naar echte liefde. Een stap naar iets wat we allemaal aan kunnen. En aan willen gaan.

I remember one morning getting up at dawn, there was such a sense of possibility. You know, that feeling? And I remember thinking to myself: so, this is the beginning of happiness. This is where it starts. And of course there will always be more. It never occurred to me it wasn’t the beginning. It was happiness. It was the moment. Right then.

Als verdoofd wakker geworden, de dekens naar beneden geduwd, om vervolgens zijn handen naar zijn hoofd te brengen. Hij staat op en elders in huis laat hij Maria Callas het middeleeuwse Florence van Puccini bezingen. Aan de achterzijde van het huis, daar waar origineel hout- en snijwerk iets van Italië naar hier brengen en waar zon net komt kijken, krijgt ‘O mio babbino caro’ een nieuwe dimensie. Die van zondagse eenvoud op een eerste zomerochtend. Hij legt zijn hand op zijn hart. ’It’s hard enough to open your heart in this world. Don’t make it harder.’ Stille beelden van blauwe lucht, waaronder de hoogste takken van bomen, maken universeel. Het moment verstild.

Er hangt een melkwitte mist over Parijs en duizenden mensen wandelen gestaag in dezelfde richting: die van de Eiffeltoren, al maakten we ons op voor een WK wedstrijd. Ondertussen valt een ruziend stelletje me op en worden op diverse straathoeken flessen champagne (of wat ervoor doorgaat) verkocht. Slechts hier en daar wordt na middernacht een vuurpijl afgestoken en overal zijn  snoepkraampjes te vinden. Het nieuwe jaar begon als ware het een klein feestje, zonder al te veel poeha. Ik ben deze dagen gevangen door Norwegian Wood van Haruki Murakami en lees een prachtige zin:

‘als ik zelf niet slachtoffer van haar was geworden,  zou ik medelijden met haar hebben gehad. Dan had ik haar ook als slachtoffer gezien.’

Bonne année! Laten we er een mooier jaar van maken en proosten op vrijheid, dromen en idealen.

‘We moeten de belastingbetaler niet lastig vallen’ met ‘al die arme aidswezen’, aldus Ben Knapen, onze staatssecretaris van Europese Zaken gisteravond bij Serious Request. Vanochtend lees ik een interview met zijn partijgenoot Ernst Hirsch-Ballin, die benoemt dat er te veel berusting is in de populistische retoriek. Nog los van het feit dat ik mijzelf niet zie als een belastingbetaler, is het belangrijk dat aan alle gerefereerde belastingbetalers wordt voorgehouden dat de vergelijking met arme aidswezen niet opgaat. Dat je als overheid moed toont en dat je perspectief biedt aan een arm en gortdroog stukje wereld, waar kinderen opgroeien mét een ziekte en zónder ouders.

Jon Stewart zei dat ’80 procent van de VS bestaat uit redelijke mensen, maar dat de overige 20 procent het debat bepalen’. Mijn geloof is dat 80 procent van de belastingbetalers had gewild / geen probleem had ondervonden met een donatie aan ‘al die arme aidswezen’. Dat de overheid zich laat leiden door de 20 procent die het debat bepalen, toont slechts haar populistisch karakter. ‘Op de inhoud hebben we het vooralsnog niet gewonnen, maar we blijven ons daarop richten. De onderstroom is sterk, hij kan zo weer boven komen’, aldus Hirsch-Ballin. Gisteren waren we er getuige van.

‘Het doet me allemaal verlangen naar iets anders, naar passie voor iets positiefs’, aldus Aukje van Roessel in haar column in De Groene Amsterdammer, na een week Haagse politiek. De passie zocht en vond zij in de film Le ballon rouge, een sprookje uit 1956. De film vertelt het verhaal van Pascal, een jongetje dat op zijn weg naar school een grote met helium gevulde rode ballon ontdekt. De rode ballon blijkt een eigen geest en wil te hebben, waarna Pascal de ballon begint te volgen door de straten van Parijs. Uiteindelijk worden Pascal en de rode ballon geconfronteerd met een bende pestkoppen, die jaloers zijn en de rode ballon, Pascals nieuwe vriendje, willen vernietigen.

De rode ballon symboliseerde in van Roessels column ‘alle burgers en organisaties die de harde, soms haatdragende toon in de samenleving niet willen. Die niet willen dat verschillende bevolkingsgroepen, verschillende generaties of verschillende soorten werkenden en niet-werkenden tegen elkaar worden uitgespeeld, die zich zorgen maken om natuur en milieu, die kunst niet zien als linkse hobby’. In het politieke krachtenveld lijkt er geen bundeling van krachten aanwezig of intenties handreikingen aan te nemen om te gaan samenwerken of fuseren, wat volgens de schrijvers van het boek ‘Van de straat naar de staat’, voor de meeste partijen (die nu (nog) vertrouwen op de eigen kracht of in de Volkskrant aangeven dat ‘kiezers een slecht signaal wordt gegeven’ of dat ‘links zichzelf niet moet verdelen’) pas zal komen wanneer hen het water aan de lippen zal staan.

En in de tussentijd heeft de schreeuw een stevige progressieve stem nodig, is de urgentie van het klimaatprobleem niet iets van ons allen en wordt weinig vertrouwen geboden in het laten horen van je stem. Partijen volgen de Berlusconi-politiek: je acties doen er niet zoveel toe, wél hoe de kiezer ze interpreteert.

Wat zegt dat alles over mij? Ik voel me gehoord en aangesproken. Voor mij zijn alle nieuwe ontdekkingen, ontmoetingen en ervaringen, hoe bizar soms ook, een ware openbaring. Ik laat me vormen en maak een ontwikkeling door, of, zoals iemand me schreef ‘veelzijdig bezig zijn is goed. Je ontdekt vanzelf de richting die je het meest ligt’. Misschien is dat in mijn beleving – mijn – cultuur: me één voelen met de geschiedenis, met al dat moois en lelijks wat is gemaakt, ontworpen, geproduceerd, verwezenlijkt en gevormd. Het gevoel onsterfelijk te zijn, omdat wij allen de nieuwe geschiedenis zijn. Omdat wij allen een nieuwe toekomst creëren.

Grote woorden voor een winterse zondagochtend, waarmee de rode ballon wat verder omhoog wordt geblazen, richting jou: p f f f  f – f f f f , p f f f t !

Wat te denken van een mooie gedachte, een inspirerende gebeurtenis, om deze dinsdag dag mee te beginnen? De mooie gedachte begint bij Graeme Taylor. Hij is veertien jaar oud, homoseksueel en student op een middelbare school. Hij hield vorige week een krachtige toespraak voor een schoolbestuur namens Jay McDowell, een leraar die was geschorst (zonder uitbetaling van loon) voor het berispen van studenten die in een schoolklas anti-homo sentimenten uitten. In zijn toespraak vertelt hij hoezeer pesten dodelijk van aard kan zijn en hoezeer docenten als McDowell van belang zijn om steun van te krijgen, door gehoord en gezien te worden.

Door de eigen strijd die Graeme leverde en de uiteindelijke aanvaarding van wie hij is, wil hij andere kinderen helpen. Zo is Graeme lid van de Riot Youth (in Ann Arbor, Michigan, USA). De Riot Youth is een groep tieners met een doel voor ogen: het bieden van een veilige ruimte voor ‘lesbian, gay, bisexual, transgendered, queer, questioning youth and their allies’ (LGBTQQA). De beweging probeert jongeren met elkaar te verbinden om een inclusieve gemeenschap op te bouwen. Riot Youth heeft meer dan tachtig leden van ongeveer vijftien verschillende middelbare scholen, met ten minste dertig tot veertig jongeren op de wekelijkse vergadering.

Riot Youth probeert veranderingen op scholen te bewerkstelligen door middel van het bewerkstelligen van beleidsveranderingen, het trainen van bestuurders, leerkrachten en begeleiders op het creëren van een veilig en respectvol klimaat op school en door het aanbieden van zogenaamde ‘bondgenoot’ trainingen voor  jongeren. Bijzonder indrukwekkend vind ik deze beweging… ik wil ook zo’n Riot Youth! Met dit bemoedigende verhaal, laat ik me vandaag inspireren. Graeme stond op. En dat zouden we allemaal moeten doen: way to go, Graeme!!

Veel LGBT-jongeren kunnen zich niet voorstellen hoe hun leven zou zijn wanneer ze voor hun geaardheid uit zouden komen. Zij kunnen zich geen toekomst voorstellen. Het ‘It Gets Better Project’ wil laten zien wat het leven voor hen (en ons) kan zijn en kan voorstellen, wanneer we de deur voor hen (en voor onszelf) openhouden. Disney Pixar steunt hen middels dit ontroerende lieve filmpje. ♥

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 466 other followers