Uncategorized
zie je wat ik zeg (1)
In iedere schoolklas zit minstens één kind dat mishandeld wordt, geweld tussen ouders meemaakt of misbruikt wordt. In ZIE JE WAT IK ZEG, een prenten- en verhalenboek over zes kinderen die dit hebben meegemaakt, wordt duidelijk wie zij zijn, wat ze voelen en wat we hadden kunnen zien. Zien, om ze te kunnen helpen of steunen. We hadden ze het gevoel kunnen geven niet schuldig te zijn aan de situatie.
Voor het filmproject De Vreemde Blik / Der Fremde Blick maakten we met ZIE JE WAT IK ZEG een film in Oldenburg. We vroegen aan kinderen wie hun helden, koningen of koninginnen zijn. En waarom dat zo is. Ondertussen waren we aan het knippen en kleuren: we maakten een kroon voor hun held, koning of koningin. Of kat. En een kat is een prima held, leerden we.
Voor ZIE JE WAT IK ZEG zijn Linda Witpaard en ik bezig fondsen te werven om uiteindelijk het prenten- en verhalenboek te kunnen verwezenlijken. Twee ambassadeurs hebben zich verbonden aan ZIE JE WAT IK ZEG, te weten Sipke Jan Bousema en Anita Killi (van de Noorse animatiefilm Sinna Mann).
Heb jij tips voor ons, contacten of informatie die ons verder kunnen helpen het totaalbedrag bij elkaar te verzamelen? Laat dat dan weten via krisvdveen@gmail.com of door te reageren op dit blog! We horen heel graag van je en staan overal open voor.
De zekerheid van de zon
Beste Eekhoorn,
Voor onze verjaardag willen wij maar één ding. We hebben daar heel lang over nagedacht en we weten niet hoe we aan het cadeau kunnen komen. Maar toch vragen we het.
Het is de zekerheid dat we de zon ‘s ochtends altijd weer kunnen zien opgaan. Als we ‘s nachts in het donker thuis zitten en niet kunnen slapen dan is het soms zó donker dat we niet kunnen geloven dat hij weer opgaat.
Is dat een raar cadeau? Denk je dat je daaraan kunt komen? Wil jij dat geven? Het moet wel de goede zekerheid zijn. Niet die van de maan, of die van de winter.
Meer willen we niet. Nou ja, de egel wil niet dat er verder nog iemand op zijn verjaardag komt. Drukte stoort hem altijd zo. Maar we maken wel samen een taart. Voor jou. Een beukenotentaart, is dat goed?
De egel. Namens alle ‘uitgeprocedeerde alleenstaande minderjarige asielzoekers die al lange tijd in Nederland wonen en een duidelijke binding met Nederland hebben’.
Jamey
‘You’re not a victim, you’re a lesson to all of us.’
Jamey Rodemeyer (14) pleegde afgelopen week zelfmoord na jaren te zijn gepest vanwege zijn geaardheid. Hij ging daar volgens zijn ouders aan onder door. ‘To the kids who are bullying they have to realize that words are very powerful and what you think is just fun and games isn’t to some people, and you are destroying a lot of lives,’ aldus de vader van Jamey. Lady Gaga wil daarover een gesprek met Barack Obama. In Groningen zijn we in gesprek met scholen over diversiteit en anders mogen én kunnen zijn. We hopen te horen wat scholen hieraan doen, ideeën uit te wisselen en scholen aan te moedigen actie te ondernemen. Wat goud waard is, is het It Gets Better project waar Jamey vijf maanden geleden een filmpje voor opnam. Hij besloot met de woorden: ’All you have to do is hold your head up and you’ll go far. Just love yourself and you’re set. … It gets better.’
Een les voor ieder van ons.
555
Aden Salaad is twee jaar oud en hij breekt je hart. Hij wordt behandeld voor ondervoeding en zit in een bruine gebroken tobbe. Aden wordt gewassen door zijn moeder. Dat is alles wat we van hem weten.
Hij lijkt het gezicht van de honger in de Hoorn van Afrika. Op zo’n moment valt er niets meer te zeggen. Behalve dan, ’en nu gewoon geven. Beetje royaal graag. Gironummer is bekend. Dan gaan we na de vakantie weer fijn door met staren in onze eigen navel. Beloofd.’
Baksteen
Mij werd deze week onder de noemer ‘All you need is love’ genoemd liever ‘te investeren in mensen in plaats van bakstenen’. Ik zei namelijk blij te zijn met de komst van het Groninger Forum. Mijn blijdschap zou te interpreteren zijn geweest als een hallelujah voor de baksteen waarmee ik een stap dichter bij wereldvrede zou (denken te) zijn.
Nu klopt het dat mijn geluk veelal bepaalt wordt door de mensen om mij heen: ze geven zin aan mijn leven. Maar waar we vaak minder bij stilstaan – en in sommige gevallen niet aan willen toegeven – is de impact van de manier waarop we bouwen en wonen op ons geluk. Dat mag bijzonder heten omdat we op elk moment geconfronteerd worden met landschappen, steden, straten, bruggen, kantoren, huizen en meubels die ons al dan niet een goed gevoel verschaffen. Alain de Botton schrijft daarover in De architectuur van het geluk en vraagt zich af of een mooie omgeving ons gelukkiger kan maken.
Over de vraag wat mooi is verschillen we van mening. Het is volgens de Duitse architect Karl Friedrich Schinkel dan ook de plicht van de architectuur om iets nuttigs, praktisch en functioneels in iets moois te veranderen. Het is een grondgedachte in het boek van De Bottom die zich afvraagt hoe een huis er zou uitzien als de architect het hele idee van schoonheid had laten vallen voor functionaliteit. De Botton beschrijft de ijdele gedachte van pausen en mullahs dat hun indrukwekkende gebouwen in staat waren ons geestelijk en moreel te verheffen. ‘God is de oorsprong van al wat mooi is’, aldus de Arabische filosoof Idn Sina. En inderdaad, we vergapen ons over in de wereld aan de vele mooie kunstwerken die in de loop van de geschiedenis werden gebouwd ter ere van goden, farao’s en keizers. Over bakstenen gesproken… ‘En is diezelfde God in die gedachte dan ook niet verantwoordelijk voor al het kwaad? De meeste van die gebouwen kwamen immers tot stand door slaven en dwangarbeid, met geld afgeperst en beroofd van vijanden.’

‘Elke architectuurstijl brengt een opvatting van geluk tot uitdrukking’, aldus De Botton. In zijn boek staat een foto van Robert Maillart’s Salginatobel: een moderne brug tussen twee ruwe bergheuvels. Ze symboliseert de samenhang tussen menselijke rede, natuur en schoonheid. De brug is niet alleen functioneel – ze zorgt immers voor de verbinding tussen twee plaatsen en maakt reizen eenvoudiger – ze voegt aan het natuurlijke landschap ook iets onwezenlijk moois toe.
Aldus, een hallelujah voor de baksteen.
Gebrek aan liefde
Dat geweld tussen ouders grote invloed heeft op de wijze waarop zij hun kinderen grootbrengen wisten we al. Dat dit zorgt voor stress en onmacht vinden we aannemelijk. Kinderen van deze ouders praten er bijna niet met anderen over en vinden van zichzelf dat ze geen hulp nodig hebben. Een van de gevolgen van huiselijk geweld is kindermishandeling. Moeders die door hun partner worden geslagen, mishandelen relatief vaak hun kinderen. ‘Een van de moeders sliep drie maanden met haar pasgeboren baby op de bank, zodat haar man niet wakker zou worden van het gehuil.’ Om zo een uitbarsting te voorkomen.
Deze en andere onderzoeksresultaten van het Verwey-Jonker Instituut werden afgelopen week gepresenteerd. Op hetzelfde moment bepleitten wij een actieve en preventieve inzet van huisverboden bij kindermishandeling. Vroege preventie, het doorbreken van isolement en het ontwikkelen van eigen kracht, ook door ontplooiing en participatie, zijn aanbevelingen die ouders en kinderen zelf aangeven nodig te hebben. Mij sprak de ‘bewustwording van het mogelijk gebrek aan liefde of juist de compensatie in toegeeflijkheid’ aan, herkenbare taferelen uit de praktijk. Om dit mogelijk te kunnen maken moet er, zo blijkt uit het onderzoek, oog zijn zijn voor de geweldshistorie en een cultuursensitief besef bij de sociaal werker.
Dat vergt een omkering, volgens het Tijdschrift voor sociale vraagstukken, waar ik lees over het rotte welzijnsbestel en waarbinnen een beweging gaande is om een nieuwe kijk op welzijn te ontwikkelen. Voor de lokale overheid is de belangrijkste taak het regelen van de toegang tot voorzieningen en het creëren van een sluitende aanpak van echt kwetsbare burgers met complexe problematiek. Volgens Pieter Winsemius moet de gemeente erop toezien dat alle arrangementen naar behoren functioneren. Binnen de aanpak kindermishandeling is het huisverbod een belangrijk instrument, waar nog maar weinig tot geen gebruik van wordt gemaakt. Aan de gemeente de taak om daar verandering in te brengen!
Manifesto
‘Prins Friso is niet homoseksueel, maar heteroseksueel’, aldus de woordvoerder van het koninklijk huis in 2005. Ik dacht er vanochtend aan toen ik de woorden van minister Jan Kees de Jager las: ‘ik kan u zeggen dat ik heel gelukkig met hem ben.’ Ik vroeg me af of het nieuwswaardig is te weten wie met wie een beschuitje eet. De avond ervoor zong een jongen een liedje van Lady Gaga in een talentenshow, zichzelf omringd door twee mannelijke dansers. De juryleden vroegen zich af ‘of de meisjes dit wel leuk zouden vinden’ en vulden in dat hij ‘de meisjes wel zal missen.’
Er zijn altijd mensen die (niet) hun nek uitsteken. Dus wat nieuwswaardig had moeten zijn is de verontwaardiging over het commentaar van juryleden in een dergelijke talentenjacht. Ik had kunnen schrijven dat het geweldloze verzet van de Oegandese Kasha Nabagesera, die vorige week een belangrijke internationale prijs voor de mensenrechten won voor de strijd die zij in haar land levert voor ‘de waardigheid van homoseksuelen’, pas nieuwswaardig zou zijn geweest. En aldus heb ik gedaan. In haar land zou een interview als dat met Jan Kees de Jager onmogelijk zijn geweest, bedacht ik me. Bent u bekend met The Manifesto of Mother Monster? Ze kan ons helpen onze nek uit te steken. Het manifest beschrijft een ruimte van ‘magnificent and magical proportions, where there was a race within the race of humanity. A race which bears no prejudice, no judgement, but boundless freedom.’
Creeer 5
Tja. Hij weet het dan toch weer voor elkaar te krijgen: een glimlach op mijn gezicht en een urge om dromen achterna te jagen wanneer ik hem tijdens het White House Correspondents’ Dinner zie en me weer verdiep in ‘De Brug’ van David Remnick. Nu is hij geen heilige, maar een politicus. Een verdomd goede politicus die mij ráákt (‘mij’ kan gelezen worden als een idealist, waardoor mogelijk een causaal verband valt te constateren en dromen soms gerealiseerd worden :)).
Change will not come if we wait for some other person or some other time. We are the ones we’ve been waiting for. We are the change that we seek.
[ver·wes·terd]
Ver-wes-terd. Werkwoordsvorm, zie onder verwesteren. Een verwesterd iemand is een van oorsprong niet-westers iemand die één koekje bij de koffie serveert, beschuit met muisjes eet bij de geboorte van een kind, Sinterklaas kent en viert, een ontbijt, lunch en diner geniet, zich met Koninginnedag oranje kleurt, een overkill aan talentenshows op televisie als normaal beschouwd evenals het mannelijk geslacht als presentator van talkshows en al deze gewoonten heeft overgenomen. Verwesterde jongeren storten zich liever in westerse muziek en cultuuruitingen en uiten zich ook steeds meer vrijelijk in wat hen bezighoudt. Met name de ‘traditionele’ mens lijkt zich hieraan te storen.
De verwesterde mens kent ook de relatieve betekenis van het recht op vrijheid van meningsuiting, waarbij een relatief kleine groep voor een grote groep bepaalt wat wel en niet gezegd mag worden. Een recent voorbeeld betreft het afgelasten van de Arondéuslezing.
We zien de ‘westerse’ levensstijl voorts terug bij een toenemende verschuiving van geloofs- en cultuurstelsels naar de privésfeer, omdat ze minder belangrijk worden in het dagelijkse leven van deze steeds modernere mensen. Overigens veronderstelt ook hier een relatief kleine groep dat deze moderne mens ons zou ‘besodemieteren’. Vraag hen ‘Hoezo?’ en zij zullen u het antwoord schuldig moeten blijven.